U bent hier: home > Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Is een attest voor bedrijfsbeheer verplicht bij inschrijving in de KBO ?

Minister Laruelle heeft ervoor gezorgd dat de onthaalouder in de kinderopvang geen daad van koophandel voert. Daarom moet de zelfstandige onthaalouder in de kinderopvang bij inschrijving van de kruispuntbank voor ondernemingen niet meer verplicht aantonen dat die beschikt over een attest van bedrijfsbeheer.

De minister heeft de intentie dit open te trekken voor alle zelfstandigen in de kinderopvang.

Deze beschikking is nog niet rond. (26/04/2010)

UnieKO heeft een raamakkoord met het sociaal secretariaat Xerius. Zij kunnen u perfect helpen inzake het bekomen van een ondernemingsnummer en zij zijn helemaal op de hoogte inzake deze aankomende wijziging.

Is elke opleiding geldig in de kinderopvang?

Voor het bekomen van de basis-subsidie stelt de Vlaamse Overheid dat de verantwoordelijke voldoet aan de voorwaarden voor het kwalificatiebewijs zoals dit is opgenomen in het Ministerieel besluit van 3 maart 2010 (BS …) tot bepaling van de kwalificatiebewijzen voor medewerkers en verantwoordelijken van kinderopvangvoorzieningen.

Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° kinderdagverblijven: kinderdagverblijven erkend door Kind en Gezin op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders;
2° diensten: diensten voor onthaalouders erkend door Kind en Gezin op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders;
3° initiatieven: initiatieven voor buitenschoolse opvang erkend door Kind en Gezin op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiering van initiatieven voor buitenschoolse opvang;
4° lokale diensten: lokale diensten voor buurtgerichte kinderopvang met de toestemming van Kind en Gezin op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2008 houdende de voorwaarden voor toestemming en subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte kinderopvang;
5° buitenschoolse opvang in aparte lokalen: buitenschoolse opvang in aparte lokalen in kinderdagverblijven met toestemming van Kind en Gezin op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2001 houdende de voorwaarden inzake erkenning en subsidiëring van kinderdagverblijven en diensten voor onthaalouders;
6° gemandateerde voorzieningen: voorzieningen erkend door Kind en Gezin op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 houdende de voorwaarden voor de erkenning en subsidiëring als gemandateerde voorziening coördinatiepunt en flexibele opvangpool van doelgroepwerknemers;
7° kwalificatiebewijs: een erkend studiebewijs namelijk een eindstudiebewijs brevet attest diploma studiegetuigschrift of certificaat of een erkende titel van beroepsbekwaamheid;
8° zelfstandige kinderdagverblijven: kinderdagverblijven als vermeld in artikel 4 2° van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen;
9° zelfstandige buitenschoolse opvangvoorzieningen: buitenschoolse opvangvoorzieningen als vermeld in artikel 4 3° van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen.
Art. 2. Medewerkers van kinderdagverblijven diensten initiatieven lokale diensten buitenschoolse opvang in aparte lokalen of gemandateerde voorzieningen beschikken over een kwalificatiebewijs als vermeld in dit besluit.
Verantwoordelijken van zelfstandige kinderdagverblijven of van zelfstandige buitenschoolse opvangvoorzieningen die een financiële ondersteuning als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 13 februari 2009 houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van 1 dit besluit treedt in werking 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad VI.6. MB kwalificatiebewijzen 2 Dit is een geconsolideerde versie. zelfstandige opvangvoorzieningen willen genieten of het inkomensgerelateerde opvangsysteem vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2009 houdende de regeling van inkomensgerelateerde opvang bij zelfstandige opvangvoorzieningen willen toepassen beschikken over een kwalificatiebewijs als vermeld in dit besluit.
Hoofdstuk 2. Kinderdagverblijven
Art. 3. De begeleiders van kinderdagverblijven beschikken over een van de volgende kwalificatiebewijzen:
1° een diploma secundair onderwijs van het derde jaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs uitgereikt vanaf het schooljaar 1997-1998 van de volgende richtingen: kinderzorg begeleider in kinderopvang of kinderzorg/begeleider in kinderopvang;
2° een diploma van het onderwijs van het derde jaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs van de volgende richting: een naamloos jaar als bij het diploma een door de verificateur van het ministerie van Onderwijs voor waar en echt verklaard attest is gevoegd waarop vermeld is dat het leerplan kinderzorg volledig is gevolgd;
3° een brevet van het zesde leerjaar van het voltijds beroepssecundair onderwijs van de studierichting kinderverzorging uitgereikt uiterlijk tot en met het schooljaar 1985-1986;
4° een studiegetuigschrift en een kwalificatiegetuigschrift van het zesde leerjaar van het voltijds secundair beroepsonderwijs van de studierichting kinderverzorging uitgereikt tijdens de periode vanaf schooljaar 1986-1987 tot en met schooljaar 1993-1994;
5° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs van de studierichting kinderverzorging uitgereikt in de periode vanaf schooljaar 1994-1995 tot en met schooljaar 1996-1997;
6° een diploma van het secundair onderwijs uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het voltijds secundair onderwijs dat betrekking heeft op een examenprogramma van de studierichting personenzorg specialisatiejaar en de onderliggende studierichting kinderverzorging van het voltijds secundair onderwijs;
7° een diploma van het tweejarige opleidings- en tewerkstellingsproject voor migrantenvrouwen in de kinderopvang georganiseerd door VBJK het huidige Expertisecentrum voor opvoeding en kinderopvang in samenwerking met het Vlaams Centrum voor Integratie van Migranten en Kind en Gezin in 1996 en 1997;
8° een certificaat van het beroepssecundair volwassenenonderwijs van de richting kinderzorg begeleider kinderopvang of kinderzorg/begeleider kinderopvang;
9°een diploma secundair onderwijs van het tweede jaar van de derde graad van het voltijds technisch secundair onderwijs van de volgende richtingen: sociale en technische wetenschappen jeugd- en gehandicaptenzorg bijzondere jeugdzorg gezondheids- en welzijnswetenschappen of verpleegaspirant;
10° een diploma secundair onderwijs van het derde jaar van de derde graad van het voltijds technisch secundair onderwijs van de volgende richtingen: internaatswerking of leefgroepenwerking;
11° een diploma secundair onderwijs van het secundair-na-secundair van het voltijds technisch secundair onderwijs van de volgende richtingen: internaatswerking of leefgroepenwerking;
12° een certificaat van het technisch secundair volwassenenonderwijs van de richting jeugd en gehandicaptenzorg; VI.6. MB kwalificatiebewijzen 3 Dit is een geconsolideerde versie.
13° een diploma secundair onderwijs van het derde jaar van de vierde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs van de richting verpleegkunde;
14° een diploma van het hoger beroepsonderwijs van de opleiding verpleegkunde;
15° een ondernemersdiploma verantwoordelijke kinderopvang uitgereikt door een SYNTRAcentrum;
16° een eindstudiebewijs van de ondernemersopleiding beheerder particuliere opvanginstelling georganiseerd door het Vlaams Instituut voor Zelfstandig Ondernemen of een SYNTRA-centrum;
17° een diploma of certificaat van het hoger onderwijs met een of meer cycli van het hoger onderwijs van sociale promotie van het korte type van het universitaire onderwijs met een of meer cycli van een bacheloropleiding of van een masteropleiding;
18° een eindstudiebewijs van de postgraduaatopleiding ‘leidinggevende in kinderopvang’ ingericht door de Arteveldehogeschool van Gent;
19° een eindstudiebewijs van de postgraduaatopleiding ‘verantwoordelijke in kinderopvang’ ingericht door de Karel de Grote Hogeschool van Antwerpen.
De begeleiders van kinderdagverblijven beschikken over een kwalificatiebewijs afgeleverd binnen een Europese lidstaat en als ge

Wanneer kan ik gebruik maken van de incasso-service van UnieKO?

Enkel betalende leden kunnen gebruik maken van de incasso-service van UnieKO.

Uiteraard is het ook belangrijk dat in de algemene voorwaarden die u laat tekenen door uw ouders er ook een clausule ingeval van niet betaling voorkomt.
Deze clausule moet zekers volgende passage bevatten :

“Buiten de aanmaningkost van 900 €. zal in geval van wanbetaling vanaf factuurdatum en van rechtswege zonder noodzaak van ingebrekestelling een verwijlintrest van 1% per maand en een forfaitaire schadeloosstelling van 15% met een minimum van 4000 €. aangerekend worden. Adresopzoeking wordt in rekening gebracht aan 1000 €. In geval van procedure zijn enkel de rechtbanken van Antwerpen bevoegd”

Zo deze minimale voorwaarden niet op de facturen en algemene voorwaarden staan vermeld is het voor een incasso-kantoor ook niet altijd mogelijk om de gevorderde bedragen te innen.

Een contract dat niet-rechtsgeldige voorwaarden bevat kan omwille van deze niet-rechtsgeldige voorwaarden ongeldig worden verklaard waardoor men feitelijk zonder een contract werkt met ouders.

Het is beter dat men zijn algemene voorwaarden laat opmaken door een bevoegd iemand (advocaat) zodat bij een eventueel geschil er geen onaangename verassingen ontstaan.

Leden zenden (liefst per email naar info@unieko.be) alle documenten getekend door de ouders samen met de eventueel reeds verzonden brieven en ingebrekenstellingen enz ... (of per post naar UnieKO vzw Kasteeldreef 66 2190 te Beveren)
UnieKO maakt het dossier dan over aan het incassokantoor.

Een dossier openen kost 750 euro voor het lid. Enkel bij een incasso door het incassokantoor betaalt het lid 15% vergoeding aan het incassokantoor. Als er geen invordering kan gerealiseerd worden moet het lid niets betalen.

Rechtskosten (vrederechter - advocaat) zijn altijd ten laste van het lid.

UnieKO raadt haar leden aan om steeds een verzoek van vern zoening bij de vrederechter in te dienen. In zon verzoeningsvergadering worden beide partijen vrijwillig uitgenodigd door de vrederechter en wordt er gezocht naar een oplossing van het probleem. Indien beide partijen tijdens zon verzoeningsprocedure tot een akkoord komen dan geldt het akkoord als een vonnis. Indien een van de partijen niet opdaagt dan gaat de procedure niet door.
Deze procedure is gratis en hoeft geen advocaat.
Niemand is verplicht om het met het voorgestelde akkoord van de bemiddelaar akkoord te gaan maar vaak is het dezelfde rechtbank die achteraf het geschil zal beslechten ...

Wat betekent de fiscale forfait?

Volgens het WIB92 kunnen beroepsverenigingen samen met de fiscus tot een akkoord komen voor heel de sector inzake een fiscale forfait van onkosten. Deze afspraak is dan voor 2 jaar geldig.
Wie gebruik maakt van deze fiscale forfait kan geen andere kosten meer inbrengen dan enkel de sociale bijdragen die de zelfstandige betaalt aan het sociaal secretariaat.

De zelfstandige kan jaarlijks kiezen tussen de fiscale forfait of bewezen kosten.


Circulaire nr. Ci.RH.842/597.927 (AOIF nr. 25/2009) dd 08.05.0009

Beroepskosten. - Collectief akkoord zelfstandige onthaalouders (vroeger zelf­standige ontvangmoeders genaamd). - Verhoging van het bedrag van het forfait vanaf aj. 2009.
Aan alle taxatieambtenaren sector IB.

1. Het bedrag van het forfait voor de beroepskosten van de zelfstandige onthaalouders (vroeger zelfstandige opvangmoeders genaamd) wordt vanaf aj. 2009 op 15 EUR per kind per opvangdag gebracht.

2. Voor het overige blijven de richtlijnen opgenomen in de nrs. 342/76 tot 78 Com.IB 92 van toepassing.

Deze forfait is in samenspraak met UnieKO en Fedaje afgesproken bij de Belastingen op grond van art. 248

Artikel 248
§ 1 Bij gebreke van bewijskrachtige gegevens geleverd hetzij door de belanghebbenden hetzij door de administratie worden de in artikel 20 1° en 3° bedoelde winsten of baten voor elke belastingplichtige bepaald naar de normale winsten of baten van ten minste drie soortgelijke belastingplichtigen en met inachtneming volgens het geval van het aangewende kapitaal van de omzet van het aantal werklieden van de benuttigde drijfkracht van de huurwaarde der in bedrijf genomen gronden alsmede van alle andere nuttige inlichtingen.
De administratie kan te dien einde in overleg met de betrokken bedrijfsgroeperingen forfaitaire grondslagen van aanslag vaststellen.
De in vorig lid bedoelde forfaitaire grondslagen van aanslag mogen vastgesteld worden voor drie opeenvolgende aanslagjaren.
De administratie kan eveneens in overleg met de betrokken beroepsorganisatie de bedrijfsuitgaven en -lasten die doorgaans niet met bewijsstukken kunnen worden gestaafd op vaste bedragen taxeren.


De onthaalouder kan kiezen tussen de forfaitaire en of de bewezen kosten ... waarbij de zelfstandige onthaalouder op grond van haar bewezen kosten kan aantonen dat de kosten die zij had om de opvang uit te baten hoger waren dan de door de sector overeengekomen forfait.

Wat kan UnieKO betekenen voor een starter in de zelfstandige kinderopvang?

UnieKO is de beroepsvereniging voor de zelfstandigen in de kinderopvang en kan starters via haar aangesloten ervaringsdeskundigen heel wat informatie geven. Als beroepsvereniging heeft UnieKO raamakkoorden afgesloten met bedrijven waardoor heel wat voordeligere prijzen inzake investeringen mogelijk zijn. De aankoop van sommige zaken kan tot 40% goedkoper zijn dan wat iemand in de reguliere handel moet betalen. Ook op het vlak van verzekeringen heeft UnieKO heel scherpe premies bedongen via haar makelaars waardoor leden mee kunnen genieten van voorwaarden die je op de gewone markt niet kunt vinden. UnieKO is volop bezig om een netwerk van boekhouders op te zetten zodat het specifieke dat speelt in de zelfstandige kinderopvang ook voor starters kan gelden. Het zou toch jammer zijn moest elke starter opnieuw het warm water moeten uitvinden. Uiteraard kan UnieKO niet elk financieel plan van elke starter tot in de kleinste puntjes begeleiden maar UnieKO verwijst graag door naar officiële organisaties zoals het VLAO bv die de starter hierin wel veel verder kan begeleiden.
Zeker voor starters is UnieKO de uitgelezen partner om op een veel mindere dure en meer efficiënte wijze te kunnen starten. De trefpunten van UnieKO kunnen tijdens de bijeenkomsten de starters ook heel veel informatie en tips meegeven waardoor de starter er ook niet alleen voor staat.

Wie moet over een attest brandbestrijding en evacuatie beschikken?

De brandregelgeving voorziet de eis dat sommigen beschikken over een attest brandbestrijding en evacuatie.

Mededeling van 22 december 2008 over het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008 houdende de normen voor de preventie van brand in de voorzieningen voor kinderopvang

10° een schriftelijk bewijs dat sommige medewerkers die vooraf werden aangewezen wegens de permanentie en de aard van hun functies geoefend zijn in het hanteren van de brandbestrijdingsmiddelen en de ontruiming van de voorziening. Alle medewerkers moeten over de gevaren en de preventie van brand in de voorziening ingelicht zijn.
-
Het is belangrijk dat alle medewerkers ingelicht zijn over de potentiële gevaren bij brand en welke preventieve maatregelen er genomen moet worden (bv. preventieve maatregelen in de keuken en wasplaats kinderwagens wegzetten die de evacuatiewegen belemmeren) hoe ze in gevaarlijke situaties moeten reageren en welke de evacuatiemogelijkheden zijn.
-
Er zijn hiervoor verscheidene mogelijkheden: gebruiksaanwijzingen van toestellen informatiefolders en video’s inzake brandbestrijdingsmiddelen …
-
Sommige medewerkers die vooraf werden aangewezen wegens de permanentie en de aard van hun functies moeten een opleiding volgen zodat een beginnende kleine brand kan worden geblust. Kleine brandjes op een correcte wijze kunnen blussen kan branden met catastrofale gevolgen vermijden. Het verkeerd gebruiken van sommige brandbestrijdingmiddelen kan gevaren inhouden
-
Sommige brandweerdiensten fabrikanten van brandbestrijdingsmiddelen preventie-instellingen en veiligheidsinstituten geven een basisopleiding.
Provinciale brandweerscholen geven een uitgebreide opleiding deze opleidingen kunnen zeer nuttig zijn maar zijn niet verplicht.



UnieKO stelde de vraag aan Kind en Gezin of de persoon die over zulk een attest beschikt ook aanwezig moet zijn.

Kind en Gezin antwoordde het volgende aan UnieKO :

Geachte heer


aangezien er permanentie staat betekent dit dat er steeds iemand moet aanwezig zijn die voldoet aan het gevraagde.
Dit betekent in vele gevallen dat waarschijnlijk meerdere personen hiervoor dienen gevormd te zijn aangezien een kinderopvang
langer geopend is dan de dagprestatie van een personeelslid.
Het heeft weinig zin dat er maar een beperkt gedeelte van de openingstijd iemand aanwezig is met de nodige kwalificatie. Vandaar de vraag
naar permanentie. Het heeft ook weining zin om brandbestrijdingsmiddelen te voorzien die niet op permanente basis door iemand kunnen gehanteerd
worden.

met vriendelijke groeten

Hans Peeters deskundige
Afdeling Kinderopvang
Hallepoortlaan 27
1060 BRUSSEL


Hieruit conculdeert UnieKO dat al wie alleen staat in de kinderopvang (openen en sluiten) over zulk een attest moet beschikken.

  • Teveel betaald PC 331
  • Kijk op kalender
  • vorming op komst
  • S@S-lijn
  • Klare wijn toewenst in 2012 !

Ontvang je de nieuwsbrief al?